Alles heeft zijn prijs

Mijn tante had een soort stopwoordje; “De som van alles is 100”. Daarmee bedoelde ze dat alle dingen bestaan uit goede en minder goede dingen. Je kunt met afgunst kijken naar het leven van een ander dat er zo perfect uitziet. Maar wat je niet ziet zijn de minder prettige consequenties van zo’n leven. Dat zette me wel aan het denken. Want in deze economisch moeilijke tijden is de Homo Economus er vooral op gericht dingen zo goedkoop mogelijk aan te schaffen. Ik ook. Je kunt je geld maar 1 keer uitgeven. Maar aan al die goedkope dingen hangt ook een prijskaartje. 

Een product komt tot stand door grondstoffen te delven, voor te bewerken, samen te stellen tot een product. Dan moet het door de producent aan de man gebracht worden en vaak ook nog door de exporteur/importeur en groothandel. Het moet verpakt en vervoerd worden. En dan komt het pas bij mij, de consument, terecht. Voor een prijs die door de markt en concurrentie zo laag mogelijk wordt gehouden. Alle schakels tussen de grondstof en het eindproduct moeten er wat aan verdienen. En het liefst zo veel mogelijk. De bedrijven (ex/importeurs, groothandels, vervoersbedrijven en verkopers) zijn gebaat bij zo veel mogelijk marge. Want die moeten de aandeelhouders zoet houden. Dat betekend dat de druk om goedkoop te kunnen leveren in grote mate bij de producenten ligt. Die er dus alles aan doen om goedkoop te kunnen produceren, want ook zij moeten marge maken en de aandeelhouders zoet houden. Legio voorbeelden waar dit toe leidt; misstanden in de kleding industrie in Azië, ontbossing, erosie en roofbouw op regenwouden, giflozingen, te grote water en energieconsumptie, exploitatie en kwelling van dieren en wat dies meer zij. De mensen die in de productie werken, veelal in ontwikkelingslanden, worden tegelijkertijd verdrukt in het systeem en moeten hard werken om het hoofd nog maar net boven water te houden, in slechte omstandigheden.  

Met dit in mijn achterhoofd denk ik tegenwoordig wel 2 keer na voordat ik voor het goedkoopste product kies. Want wie betaalt dan de prijs die ik er niet voor over heb? Juist, het milieu, de dieren en de mensen die het product fysiek in elkaar zetten. Ik let dus waar mogelijk op herkomst en bestanddelen en kies voor de dingen waar geen spreekwoordelijk luchtje aan zit. Want de som is altijd 100. Dat kan je op je vingers natellen. Hoe tel jij?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *